Kontich-Waarloos vroeger & nu

Van kerkhof tot doodenhof

Van oudsher lag het kerkhof rond de kerk, de naam zegt het zelf.  Zo ook in Kontich.  Zo’n duizend jaar geleden was dat rond het oude kerkje, waar nu het Sint-Martinusplein ligt en de speelplaats van het Sint-Jozefinstituut.  De parochie strekte zich toen uit tot de Rupel en de Schelde, dus moeten er daar heel wat knekels onder de grond zitten!  Ook rond de “nieuwe” kerk – degene die er nu al meer dan achthonderd jaar staat, de toren althans – werden mensen begraven.

Het kerkhof rond de kerk, ca 1900.

Op heel oude postkaarten zie je nog de “grilles”, het smeedijzeren hekwerk rondom.  Rond 1800 was er al sprake van een nieuwe begraafplaats, want de bevolking groeide gestaag aan en er ontstond plaatsgebrek.  Toch zou het nog meer dan honderd jaar duren eer de knoop werd doorgehakt.  Vanaf 1913 werd de “doodenakker” aan de Duffelsesteenweg in gebruik genomen.

Toegangspoort nieuwe kerkhof, Duffelsesteenweg.

De “Groote Oorlog” zorgde ervoor dat de volledige ontgraving en verwijdering van de graven rond de Sint-Martinuskerk nog op zich liet wachten tot 1923. Een van de graven die werden overgebracht was dat van Pieter Cornelis Verhulst (1835-1873), een jong gestorven romantisch dichter en vader van één van de grote figuren uit de Vlaamse Beweging, Raf Verhulst.  In meer dan één van zijn gedichten had hij het over de dood of het graf, waarbij hij ongetwijfeld aan het oude kerkhof rond de kerk dacht.  Hier volgt een fragment uit “De zelfmoordenaresse”, gepubliceerd in 1858, over een jonge vrouw die door haar minnaar in de steek werd gelaten en uit wanhoop haar zolderkamertje in brand stak zodat ze in de vlammen omkwam:

Men voerde, by den nacht, op eene sled,
Met stroo, haer lyk naer ’t aeklig kerkhof henen,
Zoo somber door het licht der maen beschenen,
Als men by ’t graf de kist had neêrgezet,
Geen priester sprak gebeên; - geen bloedverwant
Was meêgegaen naer dezen donkren kant;
De graver slechts, en die haer lyk daer brachten:
Dry zwarte schimmen gingen heen en weer,
En stieten in de kuil de doodskist neer..
- ’t Was alles stil, geen zuchtje, geene klachten.
- Arm kind, niet waer? Verstooten en veracht,
Verdoemd in ’t oog der menschen, daer gebracht. –

Zij werd begraven in ongewijde grond, die voor ongelovigen en zelfmoordenaars was bestemd.  Ook in Kontich was zo'n "hondenhoek", want de liberale dorpspolitiekers hadden dat geëist.  P.C. Verhulst was wel in gewijde grond begraven en zijn graf werd - samen met dat van nog een aantal vooraanstaande Kontichnaars - naar de Duffelsesteenweg overgebracht.  Helaas zijn hun zerken in de loop der jaren verdwenen.  Uit onwetendheid.  Ik heb ze in mijn jeugd nog gezien. 

De grafkelders van Abraham Hans en zijn familie zijn gelukkig nog bewaard gebleven (in het perceel met het nummer 20).  En die van de meeste burgemeesters en gemeentesecretarissen van vorige eeuw.  Zij hadden zich een plaatsje verzekerd in de hoofdgang, die leidt naar het erepark met de gesneuvelden van beide wereldoorlogen.

Stilaan begint het uitzicht van de begraafplaats - we mogen nu niet meer van kerk-hof spreken - te veranderen.  Vele zerken zijn verwijderd en zorgen voor groene stroken, want in de plaats laat men gras groeien.  Grote grafstenen zijn nu uit den boze.  De oppervlakte is uitgebreider en aanpalende eigendommen zijn door de gemeente aangekocht, andere wil men in de nabije toekomst nog aankopen.  De toegangspoort en de muren rondom worden binnenkort gerestaureerd, de gebouwtjes worden heringericht.  Dus werp er nog een laatste blik op, want als je volgend jaar je geliefde overledenen komt groeten en herfstbloemen brengen, zal alles er weer wat anders uitzien...

Tekst: Frank Hellemans; foto's: Kring voor Heemkunde
Uit: Kontich Waarloos Hier en Nu (oktober 2009).

HOME

Created: 28/01/2010
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden