Bekende Kontichnaar van vroeger: Raf Verhulst (1866-1941)
150 jaar geleden geboren, 75 jaar geleden gestorven

Op weg naar de kust besloten we te stoppen in Diksmuide en een bezoek te brengen aan de IJzertoren. Daar brengt het in 2014 vernieuwde ‘Museum aan de IJzer’ met zijn 22 verdiepingen het beklijvende verhaal van de Belgisch-Duitse confrontatie tijdens de Eerste Wereldoorlog en van de Vlaamse ontvoogding. De klemtoon ligt op de vredesgedachte. Prachtig uitgewerkt, zeker een omweg of zelfs de reis waard!

Toen we weer beneden waren, ontmoette ik een “bekende Kontichnaar” van weleer. In het midden van het monumentale schilderij van Hendrik Luyten, het Gulden Doek van Vlaanderen. Links van de zwaaiende arm van “dirigent” Pol De Mont zit Raf Verhulst. Zij worden omringd door nog meer dan honderd kopstukken uit de geschiedenis van Vlaanderen en de Vlaamse Beweging.

Het "Gulden doek van Vlaanderen" (geschilderd in 1931-1941) van Hendrik Luyten (1859-1945)
Centraal rechtstaand: "dirigent" Pol De Mont;
links van diens zwaaiende arm: onze Raf Verhulst (met bril & vuist op het hart)

Volgens de overlevering werden de Vlaamse soldaten aan het front in de Eerste Wereldoorlog schandelijk behandeld door de Vlaamsonkundige legerleiding. Zo was het klimaat in die tijd: onderwijs, gerecht, politiek, handel... Alles was verfranst. Op de Nederlandstalige Belgen werd neergekeken. Daartegen revolteerde een aantal vooraanstaande Vlamingen uit de culturele en politieke wereld.

Een van de hevigste ijveraars voor de vervlaamsing was Raf Verhulst. En zoals veel van zijn medestanders maakte hij de fout om een beroep te doen op de Duitse bezetter om zijn doelstellingen te bereiken. Na de oorlog werd hij dan ook - zoals zijn goede vriend August Borms - als aktivist ter dood veroordeeld. Bij verstek: hij was ondertussen al lang gevlucht, eerst naar Nederland en dan naar Duitsland.

Raf werd op 7 februari 1866 geboren als enig kind van P.C. Verhulst (1835-1873), een bewonderd dichter die in zijn geboortedorp Kontich een straatnaam heeft gekregen (tussen Kruisschanslei en Drabstraat).

 

Zijn vader stierf echter toen hij een jaar of zeven was en vanaf dan groeide hij op in de Kontichse woning waar ook nog drie tantes inwoonden. Ook zijn grootvader, een welgesteld handelaar in granen, oefende een grote invloed uit op zijn vorming.

Hij studeerde in Gent en Brussel, tot hij gevraagd werd mee te werken aan Het Laatste Nieuws, dat in 1878 was opgestart. In enkele maanden bracht hij de oplage van 6000 tot 30 000 exemplaren! Dat kwam door het feuilleton Robert en Bertrand dat hij onder het pseudoniem Koen Ravestein schreef. Veel later baseerde Willy Vandersteen daar een stripreeks op.

Naast volksromans hield hij zich ook bezig met literair werk. Twee keer werd hem de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneel toegekend: voor Jezus de Nazarener (1904) en Semini’s kinderen (1911).

Dat laatste drama speelt zich af in het 12e-eeuwse Antwerpen waar de ketter Tanchelm onrust zaait. Merkwaardig is dat het eerste bedrijf zich afspeelt te Kontich, in de afspanning In den Hertog - in dat bestaande café aan de Mechelsesteenweg werd het destijds ook opgevoerd.

De jonge dichter Raf Verhulst

Het is onbegonnen werk alle boeken die hij schreef en de vele prijzen die hij won hier op te sommen, dat gebeurt later dit jaar in ons tijdschrift Reineringen. Toch nog twee vermeldingen. Toen onze harmonie Sint-Cecilia in 1913 hem vroeg voor haar eeuwfeest een cantate te schrijven, werkte hij een verrukkelijke pastorale uit met jongens- en meisjeskoren: “In scharen naar de Beukendreef... en laat ons nootjes rijgen”.

En in 1938 - ondertussen was hem amnestie verleend - verscheen de docu-roman Jan Coucke en Pieter Goethals. Het gaat over twee Vlamingen die in 1860 onterecht van moord werden beschuldigd. Omdat zij geen Frans verstonden en de Waalse rechters geen Vlaams, werden zij veroordeeld tot de guillotine. Het pamflet van 800 bladzijden werd immens populair en kreeg de prestigieuze Rembrandt-prijs. Pittig detail: hij laat ook een figuur optreden die zo uit het volksleven van Kontich geplukt lijkt: de Witte van Fluppekens. Zo gedetailleerd dat we hem in de archieven moeten kunnen traceren!

Enkele dagen na het uitreiken van de prijs in 1941 is Raf Verhulst gestorven, 75 jaar geleden. Hij werd in het erepark van het Schoonselhof begraven.

En zo bleek ons bezoek aan de IJzertoren een verrassend einde te kennen. ‘s Avonds waren we in De Panne. We dronken iets op een terras. Het meisje dat ons bediende sprak alleen Frans - zoals vele middenstanders in die grensgemeente. Ik vroeg ze tweemaal om de rekening, in het Nederlands. Ze glimlachte telkens verlegen maar kwam niet terug. We zijn vertrokken zonder te betalen. Ik meende iets te begrijpen van de ergernis van de Vlamingen honderd jaar geleden...

Tekst: Frank Hellemans, m.m.v. de Koninklijke Kring voor Heemkunde, Kontich.
Uit KONTICH WAARLOOS Hier en Nu, januari 2016.

Zoeken in onze website




Created: 12/01/2016
© 2003-2016 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden