aHET MUSEUM VOOR
aHEEM- EN OUDHEIDKUNDE
aSTELT VOOR ...

A Man For All Seasons

Hopeloos te laat, denkt u. Een artikel over Sint-Niklaas, Sint-Maarten en de Kerstman als het allang Nieuwjaar is. Want niks is zo oud als het nieuws van gisteren. Maar deze keer hebt u het toch echt mis. Vraag het maar aan de winkeliers, speelgoedfabrikanten en aanverwante nijverheden. Die zullen u hetzelfde zeggen. Het is nooit te laat voor de sint. En het is nooit te laat voor Sint-Maarten. Noch voor de Kerstman. En als die even uit onze gedachten gaan, dan is daar alweer de paashaas, Valentijn, Moederdag, een verjaardag of Halloween. En dan zwijgen we nog over alle feesten die bij de rites de passage horen. Of in andere woorden, de sint is gewoon een economisch gegeven. Hij doet de kassa rinkelen en de nijverheid draaien. Jaar in, jaar uit. En als er een feest dreigt te verdwijnen, dan importeren we wel een nieuw. Secretaressedag bijvoorbeeld. Of het lentefeest ter compensatie van een communiefeest. Het blijft een vicieuze cirkel.

Maar we dreigen de draad te verliezen.  We gingen het hebben over tweeëneenhalve heilige man: Sinterklaas, Sint-Maarten en de heidense Kerstman. In een periode van nauwelijks anderhalve maand komen deze drie mannen ons bestoken met speelgoed en cadeautjes. In zoverre zelfs dat ze voortdurend in elkaars vaarwater zitten en dat Sinterklaas al uit Spanje is aangekomen nog voor Sint-Maarten zijn ronde heeft gedaan. Dit heeft ooit geleid tot een vredespact tussen Martinus van Tours, Nicolaas van Myra en Santa Claus (wiens afkomst minder duidelijk is). Stel u eens voor dat die drie mannen elkaar bij valavond tegenkomen en elkaar het bezoekrecht bij brave kinderen betwisten. Daarom valt het aan te bevelen om even het doopceel van de drie mannen te belichten.

Martinus van Tours is eigenlijk een Hongaar die in het begin van de vierde eeuw bisschop werd in het Gallische Tours (nu Frankrijk). Migratie avant la lettre. Met of zonder inburgeringscursus. Zijn leven leest als een avonturenroman (googel gewoon eens zijn naam en je zal verbaasd staan wat de man in zijn leven allemaal heeft uitgespookt), maar hij is wel het beste gekend als de man die de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar (Jezus?) schonk. Op 11 november vieren we zijn naamdag, dat is de dag waarop hij werd begraven. Wat meteen al het legendarische karakter in de verf zet, want naamdagen vallen bijna altijd samen met de sterfdag van de heilige. Sint-Maarten (of in ons dialect Sinte-Mette) moet zowat de populairste heilige zijn geweest. Getuigen daarvan zijn de ontelbare Sint-Maartenskerken en parochies. Op dat gebied kent hij in ieder geval in Vlaanderen weinig concurrentie. Ook niet van Sint-Niklaas. Een mogelijke reden hiervoor is de veronderstelling dat zowel Amandus als Eligius die Vlaanderen hebben gekerstend, een absolute fan was van onze Hongaarse Fransman.

Sint-Maarten was vooral de vriend van de arme mensen die in een moeilijke periode (koude, korte dagen, karig voedsel) voor wat tijdelijk plezier kon zorgen.  Op 11 november staken de boeren (ooit zowat iedereen) de Sint-Maartensvuren aan, een Germaanse gewoonte als dankbaarheid voor de vruchtbaarheid van de aarde. Sommigen onder ons zullen zich nog wel de uitgeholde bieten herinneren. In Kontich was de heilige vroeger nog meer aanwezig dan nu. En niet alleen als patroonsheilige van onze dorpskerk. Tot in het begin van de twintigste eeuw was er zelfs nog een Sint-Martinuskermis. De vuren herinneren in ieder geval ook aan de andere lichtfeesten die vanaf dan in onze Westerse cultuur als heidense, Germaanse of Keltische feesten zijn begonnen maar door de kerk zijn geaccapareerd om zo het christelijke geloof makkelijker te laten verteren. We denken hier aan Sint-Lucia, Kerstmis, Maria-Lichtmis, maar ook Halloween en alle andere feesten in het teken van het licht, waarin de mens in het midden van de zomer zijn verlangen naar licht uitdrukt. Ook de kerstboomverbrandingen horen in dit rijtje thuis.
 

 
Sint-Maartenzingen in Kontich

In ieder geval, Sint-Maarten was vroeger de heilige die de kinderen snoep en speelgoed bracht. Maar in de vorige eeuw moest hij stilaan het veld ruimen. Hij houdt als kindervriend nu enkel nog stand in een paar restgebieden, de streek van Aalst en van Ieper-Veurne. In sommige gebieden zou hij een (zoete) strijd met Sinterklaas uitvechten, zoals in het Dendermondse. In een aantal andere streken, vooral in het Mechelse en de Kempen is hij overeind gebleven in het Sint-Maartenzingen (waarbij kinderen zoals op Driekoningen van deur tot deur gaan en liedjes zingen in de hoop op wat snoep of een fooi) en de vreugdevuren.

 

Sint-Nicolaas van Myra was iets ouder. Hij werd bisschop in Myra (Turkije), maar zijn gebeente werd later naar het Zuid-Italiaanse Bari gesmokkeld en er in de plaatselijke kathedraal begraven. Hoe kan hij dan uit Spanje komen? Wel, het antwoord is heel eenvoudig. Ten tijde van de overbrenging van het gebeente (translatie in het vakjargon) behoorden delen van Italië (waaronder Bari) tot het Spaanse koninkrijk. De link is dus snel gelegd.

Over de sint willen we hier niet verder uitweiden. De goedheilige man wordt in talloze boeken en studies beschreven en heeft zelfs een eigen genootschap (www.sngvlaanderen.org) en behoeft dus nauwelijks verdere uitleg.

Wat niet kan worden gezegd van de Kerstman. Hij is eigenlijk een relatieve jongeling in het gezelschap van de twee eerbiedwaardige heren. Bovendien is hij een kruising. Aan de ene kant hebben we een soort Germaanse Kerstman die in het hoge Noorden woont en zich van rendieren bedient.

Sint-Nicolaas van Myra

En aan de andere kant hebben we Sint-Niklaas die door West-Europese migranten (en vooral de Nederlandse kolonie) in Noord-Amerika werd geïntroduceerd. De beide figuren groeiden naar elkaar toe en versmolten langzaam, christendom en heidendom reikten elkaar vriendelijk de hand. Ze deden daar in eerste instantie vrij lang over. Meer dan tweehonderd jaar. Maar onderweg verloor onze fusionsint zijn mijter en zijn  staf.  En hij werd langzaamaan eerder een gezellige dikkerd (obesitas was toen nog een leuke bijkomstigheid).  En zo werd hij de figuur die we nu kennen. Zijn naam Santa Claus is een duidelijke verbastering van Sinterklaas of Sankt Niklaus. Die verbastering zet zich trouwens nog verder door, want voor vele kinderen is hij gewoon Santa (te vergelijken met de Sint).

En dan heb je nog het Coca-Colaverhaal. De frisdrankengigant heeft de Kerstman niet uitgevonden maar – half onbewust – meegewerkt aan zijn hedendaagse imago. In de jaren dertig van de vorige eeuw figureerde de/een kindervriend enkele jaren na elkaar in de kerstreclamecampagnes van het bedrijf. En zo ontstond er eigenlijk een soort kruisbestuiving rond zijn uiteindelijke figuur. En ook de kleur van zijn outfit. Rood is de bedrijfskleur van de Amerikaanse firma en dus werd Santa Claus voortaan alleen met rode outfit gezien.

Maar uiteindelijk zitten we nog altijd in Amerika. En daar bleef hij ook lange tijd. We zullen er maar vanuit gaan dat Rudolph vroeger niet genoeg pk in zijn rendierlijf had om ook Vlaanderen aan te doen. Maar daar is in het laatste kwart van vorige eeuw stilaan verandering gekomen. En zijn opgang valt niet te stuiten. Hij komt ook steeds vroeger, daarbij geholpen door heel wat gemeentebesturen die in het straatbeeld een perfecte biotoop voor hem creëren: straatverlichting en muziek. Voor elk wat wils.

Zo ziet u hoe eigenaardig een leven kan lopen. Bisschop in Turkije, versleept naar Italië, voor Spanjaard worden versleten, getransporteerd naar Amerika, gemuteerd tot dikbuikige mutsdrager en met een rendier naar het Europese continent teruggekeerd om daar de commerciële strijd aan te gaan met zijn voederstervader en diens vriendje uit Tours. Het lijkt een ongelijke strijd, een dikbuikige Amerikaan tegen twee heren van stand. En toch…., de Amerikanen hebben al voor hetere vuren gestaan.

Of we behoefte hebben aan drie kindervrienden op een tijdspanne van anderhalve maand, weet ik niet. Maar we zullen vooralsnog niet veel in de pap te brokkelen hebben. De drie mannen hebben machtige heren achter zich staan. En misschien zijn onze kinderen er niet rouwig om. Maar ik ben benieuwd wanneer volgend jaar de eerste speelgoedfolder in mijn bus zal vallen. U ook?

Paul Catteeuw

(Informatieblad van de gemeente Kontich, december 2010)

HOME

Created: 03/01/2011
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden