Bij het heengaan van Bill Kartoum

Het zal je ondertussen niet zijn ontgaan. Bill Kartoum is overleden. De oudste circusdirecteur van Europa. En vermoedelijk van de wereld. Bill was een inwoner van Kontich, maar eigenlijk van heel de wereld. Hij is overal geweest en heeft overal circus gebracht. Zonder meer een merkwaardige man.

Het is niet de bedoeling om hier nog eens zijn hele leven te vertellen. Dat is op andere plaatsen – zowel vroeger als nu – al vaak en uitgebreid gedaan. Daarvoor is trouwens de ruimte van dit artikel veel te beperkt. Veeleer willen we hier een persoonlijke hommage aan hem brengen. Misschien lijkt het je vreemd dat we in deze rubriek “Heemkundige sprokkelingen” een in memoriam brengen, maar Bill Kartoum was en is erfgoed in de duidelijkste zin van het woord. Iemand die we moeten koesteren om wat hij was en wat hij heeft gedaan. En wat we van hem zullen onthouden.

Als aangespoelde Kontichnaar had ik van Bill Kartoum nog nooit gehoord. Voor mij als kind waren circussen sowieso niet Vlaams, want exotisch. Waarschijnlijk omdat ik ooit in mijn West-Vlaams geboortedorp een Oostenrijks of Duits circusgezelschap, waarvan ik de naam ben vergeten, heb gezien. Meer zelfs, ze hadden hun tenten opgeslagen op een vijftig meter van mijn ouderlijk huis en ik hoorde ’s nachts een leeuw tot in mijn slaapkamer brullen. Als kind heb je niet veel meer nodig om je fantasie te laten werken.

Maar hier in mijn nieuwe habitat leerde ik langzaamaan het bestaan van Bill Kartoum kennen. Op de meest verschillende manieren. Ik zag hem voor het eerst “live” in het gemeentehuis. Hij was er om een of andere verbodsbepaling aan te klagen. Zijn stem klonk krachtdadig en overtuigend. Zijn outfit was nog krachtiger. Hij was gekleed als een halve Old Shatterhand. Een goeie aanvulling op mijn boeken van Karl May. Nooit heb ik in mijn leven laarzen met scherpere spitsen gezien. En toch bleef hij een aimabel man. Ook al weet ik niet of hij toen van de burgemeester gelijk heeft gekregen, bij mij bleef vooral het anachronistische beeld van een cowboy in de Kontichse straten hangen.

Dat beeld versterkte nog toen mijn vrouw hem samen met Marc Jacobs, directeur van Faro (het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed), bezocht voor een interview in verband met de vernieuwde (h)erkenning van het Vlaamse circusleven. Haar beschrijving van zijn woonwagen naast het kerkhof van Kontich kon bij mij alleen maar het beeld van de uitzonderlijke zonderling bevestigen. Een man die we moesten koesteren omwille van zijn persoonlijkheid. Zijn doorgedreven koppigheid en zijn doorzettingsvermogen. Want hoe verklaar je anders dat een man van achterin de tachtig nog in de piste van het circus stond?

Maar om een of andere reden geraakte ik nooit tot in het circus zelf. Altijd was er wel iets wat me tegenhield. Misschien wel de idee dat een bezoek aan zijn circus bij mij de mythe van magic Bill zou doorbreken. Of toch ook wel een beetje de achterliggende gedachte dat je toch eigenlijk alleen maar uit medelijden zou gaan kijken. Want zeg nu zelf, een circus met levende dieren. En die levende dieren zijn konijnen, duiven, kippen en ander kleinvee, gewoon dieren die je op elke boerderij kan vinden. Wat is daar nu aan, als je ooit een leeuw tot op je slaapkamer hebt horen brullen?

Op die manier bleef Bill voor mij een stukje (letterlijk) levend erfgoed op wandelafstand, maar tegelijkertijd lichtjaren van mij verwijderd. En zijn plaats in de circuswereld bestond vooral uit zijn verleden. Al dan niet terecht. Je hoorde hier en daar zelfs een meewarige toon als er over hem werd gesproken. Het messenincident met zijn trouwe partner en vrouw Patrizia leek daarin belangrijker dan zijn verdienste om het kleinschalige circus op de kaart te blijven zetten en er zo – als moedige strijder – voor te zorgen dat het nomadische circusleven in Kontich toch altijd een beetje zichtbaar zou blijven. Het circus met levende dieren naast de “doodenhof”, een soort metafoor voor het circus van vorige eeuw. Maar wees gerust, in de circuswereld genoot hij groot respect en was hij alom gewaardeerd.

Net daarom prijs ik me gelukkig dat ik zijn allerlaatste optreden in Kontich heb mogen meemaken. Misschien eerder toevallig. Of was het de voorzienigheid? 31 juli was een zonnige zomerse dag.  Na de voorstelling werd de tent afgebroken om naar Borsbeek te verhuizen en vandaar zou Bill nog in Italië gaan toeren. Hij vroeg zelfs nog een medewerker voor die tocht.

In het verleden heb ik op deze plaats al zo vaak over erfgoed in al zijn facetten gesproken. Vaak zelfs theoretisch: en eigenlijk moest ik me schamen dat ik Bill nog nooit aan het werk had gezien. Een man van de erfgoedpraktijk. Maar nu had ik een uitstekend excuus. Ik wou mijn lieve kleindochter van 2,5 het grote circus tonen. Met levende dieren. Ik maakte mezelf wijs dat ik dat voor mijn kleine meisje deed en dat ik daarmee mijn “erfgoedgeweten” kon sussen.

Maar eigenlijk viel er niets te sussen, want ik heb met open mond zitten kijken hoe Bill en Patrizia de opgekomen jeugd een uiterst aangename middag bezorgden. Bill begroette bij het binnenkomen van de wei de gasten zelf. Mijn kleindochter mocht even in zijn clownsneus knijpen en daarmee was de angst voor die vreemde man meteen verdwenen.

Zijn eenvoudige grappen – we hebben hier zelfs airconditioning: de zeilen waren half opgetrokken! – beviel de jeugd uitstekend. Maar het viel mij vooral op hoe hij in volle waardigheid zijn jeugdig publiek volwassen behandelde. Nergens werd het flauw of klef, neen, de kinderen waren zijn publiek en dat leidde hij met de vaste hand van Patrizia zonder enige schroom door zijn leefwereld. Als volwaardige bezoekers van zijn Magic Circus. Wie kan het hem nadoen?

Bij mij bleef alleen groot respect over voor een man die leefde voor zijn droom en die droom is blijven waarmaken tot hij er letterlijk is bij neergevallen. En dat terwijl je op zijn website kunt lezen dat er al een voorstelling was geboekt voor 27 november 2017 in Sint-Katelijne-Waver.

Neen, Bill behoefde geen medelijden. En misschien heeft hij wel niet het nodige respect gekregen dat hij verdiende. Je bent niet altijd sant in eigen land. Bij zijn dood gleden mijn gedachten af naar een documentaire die zoon Schoepen over vader Bobbejaan heeft gemaakt. Ik was geen fan, maar dit wondermooie verhaal toonde me een nieuwe kant van die andere cowboy. En misschien is het ook wel zo dat we ons Leo Verswijvel, alias Bill, moeten herinneren. Iemand die probeerde om dromen levendig te houden en op die manier duizenden kinderen gelukkig te maken. Tot spijt van wie het/hem benijdt.

Telkens als ik met mijn kleindochter langs de speelwei van 31 juli passeer, zegt ze: “Opa, circus.” Mooier kan een eerbetoon toch niet zijn?

In naam van mijn kleindochter en alle inwoners van Kontich: bedankt, Bill.

Tekst: Paul Catteeuw; foto's: Benoit De Freine (BDF, 10/11/2015), Paul Catteeuw (PC, 31/07/2016) & Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich (HK).
Uit het Informatieblad van de gemeente Kontich, januari 2017.

En lees ook het artikel "Het laatste Kontichse circus, levend erfgoed?" van juli 2011.

Zoeken in onze website



Created: 30/12/2016
© 2003-2016 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden