HET MUSEUM VOOR
HEEM- EN OUDHEIDKUNDE
STELT VOOR ...


OPKOMST EN TELOORGANG VAN BROUWERIJ MAES
TE WAARLOOS

In 1880 is Waarloos een lieflijk dorpje met 782 inwoners. In datzelfde jaar neemt Egied Maes de Brouwerij Sint-Michaël over van Lieven Van Hooymissen. Na iets meer dan 30 jaar in het brouwersvak geeft deze er de brui aan wegens oplopende schulden. Egied Maes verkoopt zijn steenbakkerij in Rumst en wordt van de ene dag op de andere brouwer. Hij wil een veilige toekomst voor zijn vrouw en acht kinderen en tegelijk maakt hij zo ook een jongensdroom waar.

Brouwen was in die dagen helemaal geen uitzonderlijk beroep. In België stonden er toen zo maar eventjes 2.576 brouwerijen. De meeste waren familieondernemingen met een klein aantal werknemers.

Wanneer Egied Maes de brouwerij overneemt, bestaat het gebouwencomplex aan de Grote Baan uit een woonhuis met verdieping, een mouterij, de brouwerij zelf, een kuiperij, wat stallingen en een remise. Egied heeft aanvankelijk slechts twee personeelsleden in dienst. Het productieproces is nog ambachtelijk. Eén brouwsel is meteen goed voor een biervoorraad van 14 dagen.

Het bier – een donker gerstebier van hoge gisting aangezien bier van lage gisting toen nog onbekend was in ons land – wordt in eikenhouten tonnen opgeslagen. Daarin voltrekt zich het gistingsproces. Na een achttal dagen is het bier rijp en kan het met paard en kar tot bij de klanten worden gebracht, een paar cafés in Waarloos en een café in Duffel. Bier in flesjes bestond toen nog niet, het ging rechtstreeks uit de ton in het glas.


In 1901 laat Egied Maes de brouwerij over aan zijn zonen Theofiel en Ferdinand. Bij hun aantreden veranderen de twee broers de naam van de brouwerij in “Stoombrouwerij Mouterij St-Michaël Gebroeders Maes”. Ze hebben grote plannen, maar de Eerste Wereldoorlog gooit roet in het eten.  Tijdens deze donkere tijden gaan vele artisanale brouwerijen ten onder. Voor de brouwerij aan de Grote Steenweg is het een periode van stilstand.

Vanaf 1919 wordt er dan volop gemoderniseerd. De productiecapaciteit wordt opgedreven, er komt een stoomketel en er wordt ook een magazijn bijgebouwd. Enkele jaren later wordt er een armgasmotor aangekocht.

Bier van lage gisting is de nieuwe trend en in 1920 wordt er overgeschakeld naar de productie van de Helles, een helder blond bier van lage gisting. De meeste cafés waaraan wordt geleverd, zijn eigendom van de familie Maes. De afzet is dus verzekerd. In 1924 zijn er nog maar 990 brouwerijen over in België, waaronder die van de gebroeders Maes. Ze hebben zich goed weten aan te passen aan de nieuwe wetmatigheden van de altijd weer veranderende markt.

 

In 1926 komen Michel Maes, zoon van Theophiel, en Edward Maes, zoon van Ferdinand, mee in de zaak. De productie bedraagt dan 29.000 hectoliter.

Met het aantreden van de derde generatie waait er een nieuwe wind door het bedrijf, het betekent meteen ook het einde van de ambachtelijke periode.

De ambitie is niet gering: een verdrievoudiging van de productie en de ontwikkeling van nieuwe biersoorten. Dat maakt een nieuwe bedrijfsvorm noodzakelijk. Op 24 november 1930 wordt de naamloze vennootschap 'Brouwerij Maes” opgericht. De brouwerij wordt daarna fors uitgebreid.

In 1932 stelt ze 83 arbeiders te werk, in 1937 al 133. Er worden nieuwe brouwingenieurs aangetrokken die de opdracht krijgen een bier te ontwikkelen dat het Limburgse Cristal Alken naar de kroon moet steken.

In 1938 wordt de eerste Maes Pils gebrouwen, een helder, schuimvast en goed verteerbaar pilsbier. Het zal echter pas na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, op de markt gebracht worden.

Edward Maes (links), Michel Maes (rechts);
midden: Ludwig (toenmalige brouwmeester)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de grondstoffen die nodig zijn voor het brouwen van bier uiterst schaars. Zo wordt gerst als grondstof noodzakelijkerwijs vervangen door voederbiet. Dit alles heeft onder meer tot gevolg dat het bier aan densiteit moet inboeten. Het wordt met andere woorden waterachtiger en wordt al gauw smalend “fluitjesbier” genoemd.


Ten gevolge van de oorlog en door de vele fusies en overnames blijft het aantal brouwerijen dalen. In 1946 waren er in België nog zo'n 750 brouwerijen over, maar Maes Pils wordt een gigantisch commercieel succes en vindt ook buiten Waarloos gretig aftrek. Tussen 1946 en 1950 stijgt de productie van 60.000 naar 130.800 hectoliter. Dat vertaalt zich in een hogere werkgelegenheid. In 1950 werken er in de Brouwerij Maes 176 arbeiders. Tegelijk daalt het percentage arbeiders dat woonachtig is in Waarloos. Op het einde van de jaren 50 bedraagt dat nog slechts 50%. Toch is de Brouwerij Maes op dat moment nog altijd de belangrijkste werkgever in de gemeente.

  In 1950 treedt brouwingenieur Herman De Nayer in dienst van de firma. Hij zou van goudwaarde blijken. In de jaren vijftig en zestig is hij de drijvende kracht achter de inspanningen om het aantal brouwsels van drie naar zes per dag te brengen en in de jaren zeventig is hij van nabij betrokken bij de bouw van de tweede brouwzaal. Herman De Nayer speelt ook een cruciale rol in het succes van Maes Pils.
Het enorme succes van Maes Pils heeft echter ook een keerzijde. Door de toenemende welvaart schieten de cafés als paddenstoelen uit de grond. Caféhouders in spe kunnen een lening aangaan bij de brouwerij, maar al dat geleen neemt een flinke hap uit de beschikbare geldelijke middelen van de Brouwerij Maes, zodat er weer bij de banken moet worden aangeklopt. En daar wringt het schoentje. De banken kunnen in de gouden jaren zestig meer geld verdienen door te investeren in andere sectoren van de economie. 

Ook de vrees dat de kleine Waarlose brouwerij zal opgeslorpt worden door grotere spelers in de brouwerijsector maakt de banken steeds minder toeschietelijk.

Ondertussen blijft de vraag maar toenemen, wat bijkomende investeringen vraagt. En daarvoor heeft Brouwerij Maes niet de eigen financiële middelen. De noodzakelijke investeringen worden voor onbepaalde tijd uitgesteld. Een oplossing wordt gevonden. Aspirant caféhouders kunnen rechtstreeks bij de bank lenen, waarbij de Brouwerij Maes zich garant stelt. Zo komen er weer financiële middelen vrij voor de broodnodige investeringen. Ook worden er binnen het bedrijf op korte tijd een aantal belangrijke kapitaalsverhogingen doorgevoerd.

In 1960 wordt de duur van de vennootschap verlengd met 30 jaar.  Brouwerij Maes begeeft zich nu ook op de markt van de hoge gistingsbieren. De Speciale Maes, de Maes Dort en het Grimbergen Abdijbier spelen in op de veranderende smaak van de consument.

Maar geleidelijk aan wordt de band tussen het bedrijf en de familieleden die de aandelen in handen hebben minder hecht. De aandeelhouders investeren de winst die bij het bierbrouwen gemaakt wordt steeds minder terug in het eigen bedrijf en de banken blijven wantrouwig. Brouwerij Maes moet noodgedwongen op zoek naar een grotere speler met voldoende financiële armslag. Alleen zo is verdere uitbreiding mogelijk.

De keuze valt op Watney-Mann, een Britse multinational met hoofdzetel in Londen. Op 31 juli 1969 wordt de overname een feit. Op dat moment werken er 290 arbeiders en 27 bedienden op de Brouwerij Maes. Het nieuws van de overname komt hard aan bij de werknemers, ze vertrouwen het zaakje niet helemaal. Ze beschouwen Watney-Mann als een indringer die hun identiteit wil afnemen. Was hun kleine dorpsbrouwerij dan niet de negende grootste brouwerij van het land? En nu komt hun lot opeens in handen van die Engelsen? Kan dat dan zomaar?

Watney-Mann komt zijn engagement na en investeert zwaar in Brouwerij Maes. Er komen een tweede en derde brouwzaal bij, een moderne vatenwasserij en een afvulinstallatie die 90000 flesjes per uur kan verwerken. In 1973 wordt Watney-Mann zelf overgenomen door Grand Metropolitan, een multinational die ook belangen heeft buiten de brouwerijsector. Ook Grand Metropolitan pompt gigantische bedragen in Brouwerij Maes. Zo stijgt de productiecapaciteit tot 1,2 miljoen hectoliter per jaar. Brouwerij Maes verovert een aandeel van 12% in de Belgische biermarkt. De toekomst oogt rooskleurig.

Maar dan komt Watney-Mann, ondertussen in handen van Grand Metropolitan, in de problemen. In 1974 gaat een dochterbedrijf van Watney-Mann, S.A. Supermarché de Vins, failliet. Dan blijkt dat de afgevaardigde beheerder van Supermarché de Vins middels een schimmige overeenkomst heeft bekomen dat hij Brouwerij Maes onbeperkt als borg kan gebruiken voor een aantal activiteiten van zijn bedrijf. De banken kloppen bij Brouwerij Maes aan met een schuldeis van 750 miljoen frank. Dit komt bij de bedrijfsleiding aan als een donderslag bij heldere hemel. Daar weten ze niets af van die borgstelling, maar juridisch blijkt het te kloppen. Alles samen kost deze onverkwikkelijke historie de Brouwerij Maes rond de 1,8 miljard frank. Het bedrijf zit nu opgezadeld met een schuldenlast.

In 1977 mislukt een poging tot fusie met de Brouwerij van Alken.



In 1978 is het nog eens groot feest. De miljoenste hectoliter Maes Pils wordt gevierd. Brouwerij Maes neemt in datzelfde jaar de Brasserie-Malterie l’Union te Jumet over. Het meest bekende bier van deze Waalse brouwerij is de ‘Cuvée de l’Ermitage’.

Stilaan verdwijnt echter de familiale sfeer in het bedrijf. Na de fusie met Watney-Mann hebben de arbeiders geen rechtstreeks contact meer met de eigenaars. De belangrijke beslissingen worden elders genomen. Vanaf de jaren 80 daalt ook gestaag het aantal arbeiders door de toenemende automatisering.

Een jaar na de viering van zijn honderdjarig bestaan in 1980 heeft Brouwerij Maes zijn eigen waterzuiveringsstation.



Op 21 juni 1986 krijgt Theo Maes, met de financiële hulp van de holding Ackermans & van Haaren, na 17 jaar weer de leiding over de groep Brouwerij Maes in handen. De overeenkomst wordt bezegeld met een handtekening onder een financieringsakkoord in de Panoramazaal van de Kredietbank in het Antwerpse Torengebouw. Nevenactiviteiten worden afgestoten en er wordt  volledig ingezet op Maes Pils.

Op 19 augustus 1988 fusioneert Brouwerij Maes met Brouwerij Alken-Kronenbourg tot Alken-Maes en komt Brouwerij Maes de facto in Franse handen. De strategische beslissingen worden nu genomen in Parijs, door BSN dat Brouwerij Alken-Kronenbourg controleert. Er wordt ingezet op de export en op het aanbod van een grotere verscheidenheid aan bieren. Er wordt opnieuw fors geïnvesteerd in Brouwerij Maes. De productie wordt gemoderniseerd, onder andere met een nieuwe afvullijn van 120.000 flessen per uur. De administratieve diensten van Alken worden overgebracht naar Waarloos.



Maar dan gebeurt wat niemand verwachtte: in 1993 staat Theo Maes zijn aandelen af aan hoofdaandeelhouder BSN. Zo krijgt BSN de controle over 85% van het kapitaal. Weer komt Brouwerij Maes volledig in buitenlandse handen. Theo Maes is teleurgesteld over de marktstrategie van BSN. Hij wil Maes Pils bovenaan de hitlijst van de pilsbieren brengen in België, BSN heeft de opmars van Kronenbourg in België als topprioriteit. Voorts voelt zich in de familie Maes niemand echt geroepen om de leiding van Theo Maes over te nemen. Zo komt er een definitief einde aan het familiebedrijf Brouwerij Maes dat gedurende 113 jaar zijn stempel drukte op Waarloos en op de Belgische biermarkt.

Wanneer de brouwerijgroep Alken-Maes in 1995 129 afvloeiingen aankondigt, wordt er gestaakt in Waarloos. Tegelijk krijgen de Waarlose werknemers nog een andere bittere pil te slikken. De productie van 330.000 hectoliter pils wordt van Waarloos naar Alken overgeheveld. Niemand wordt afgedankt. Alles kan geregeld worden met brugpensioenen, maar er komt geen enkele garantie op papier dat de brouwerij te Waarloos operationeel zal blijven.

Zeven jaar na het uittreden van Theo Maes verkoopt BSN al zijn brouwerijen aan Scottish & Newcastle en komt Brouwerij Maes weer in Britse handen. In 2000 wordt de beslissing genomen om het productieproces in Waarloos stop te zetten. 136 banen worden geschrapt. De productie wordt volledig overgeheveld naar Alken, waar tientallen banen worden bijgecreëerd. In Waarloos blijft enkel nog het commercieel-administratief centrum. Er worden allerlei loze beloftes gedaan, waar uiteindelijk niets van terecht komt. In maart 2003 wordt de productie te Waarloos volledig stilgelegd. Eén koperen ketel blijft achter als stille getuige van een glorieus brouwersverleden waarin zovele werknemers hun broodwinning en hun trots vonden. In 2010 wordt ook het commercieel-administratief centrum opgedoekt.

Maar niet alleen de werkgelegenheid verdween, ook bijna alle alaam. Gelukkig heeft Herman De Nayer nog heel wat kostbaarheden kunnen redden. Dankzij hem, zijn echtgenote en zijn kinderen kon het Davidsfonds van Waarloos een tentoonstelling “De geschiedenis van de Brouwerij in Waarloos” organiseren op zaterdag 20 en zondag 21 september 2014 in het Oud Gemeentehuis van Waarloos.

Tekst van Ward Teugels (Kring voor Heemkunde Kontich), herwerkt door Ronald Decelle en aangevuld met info uit “De geschiedenis van Brouwerij Maes afgeschuimd. Een evolutieschets van een familiebedrijf in sociaal-economisch perspectief (1880-1993)” (zie: http://www.ethesis.net/maes/maes_inhoud.htm). En verder nog verfraaid met o.a. enige foto's uit de archieven van de familie De Nayer - waarvoor onze dank.

(Informatieblad van de gemeente Kontich, september 2014).

HOME

Created: 04/11/2014
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden