-->

De Ramp van Kontich: 100 jaar geleden

Wanneer in 1836 de spoorwegverbinding Antwerpen–Brussel, die door Kontich-Kazerne loopt, wordt ingehuldigd, is niet iedereen in Kontich daarmee gelukkig. Oorspronkelijk stopt de trein er zelfs niet. Pas in 1857 houden de eerste reizigerstreinen er halt en wordt er een klein gebouwtje opgetrokken. Rond 1900 is het een behoorlijk druk station geworden en passeren er per dag meer dan 300 treinen.

Op donderdag 21 mei 1908, zoals op andere werkdagen, vertrekken twee treinen uit Antwerpen: de ene om 8.32 u richting Lier-Turnhout, de andere om 8.49 u richting Mechelen-Brussel.

Die bewuste donderdag zijn er enkele werklieden uit Brussel naar Kontich-Kazerne gekomen om aan de signalisatie te werken. Dit is noodzakelijk omdat in de loop van het jaar een aantal snellere treinen zullen worden ingevoerd, waardoor de afstand Antwerpen-Brussel op een half uur kan worden afgelegd. (Bij de inhuldiging van deze verbinding in 1836 duurde deze rit nog 70 minuten.)

De stationschef of zijn onderchef is niet op de hoogte gebracht; hetgeen een flagrante inbreuk is op het reglement. Volgens de regels moet de meestergast of de werkleider vooraf de stationschef verwittigen. Die moet dan de nodige veiligheidsmaatregelen treffen en een man met een rode vlag de aankomende trein tegemoet sturen. De trein mag dan stapsgewijs, naast de beambte met rode vlag, het station binnen rijden.

Komt daarbij dat op het gekozen tijdstip, binnen een tijdsduur van 15 minuten, niet minder dan zes treinen het station passeren. Bijgevolg moeten in deze korte tijdspanne, seinen en wissels meermaals worden omgelegd; hetgeen in normale omstandigheden al moeilijk door één man kan worden uitgevoerd.

Wanneer de trein naar Turnhout het station van Kontich-Kazerne binnenrijdt, wordt deze op het zijspoor geleid, richting Lier. Die morgen heeft deze trein vertraging, omdat er heel wat bedevaarders moeten opstappen.

De wisselwachter (Van Thuyn) geeft het sein richting Brussel vrij, maar vergeet om een onbekende reden, de wissel – die nog richting Lier staat – te verleggen. Normaal wordt eerst de wissel verlegd en geblokkeerd vooraleer men het sein vrijgeeft. In normale omstandigheden kan men zelfs het sein niet veranderen als men de wissel niet heeft verlegd, maar door de loskoppeling tijdens de werkzaamheden is dit nu wel mogelijk.

Aangezien niemand is verwittigd, volgt de machinist van de trein naar Brussel, de signalisatie die “op veilig staat “ en rijdt met zijn gewone snelheid van 60 km per uur het station binnen, maar komt op het spoor naar Lier (Turnhout) terecht. Daar staat, op zowat vijftig meter voorbij de wissel, de trein voor Lier met zijn zeven wagons.

De machinist gooit alle remmen dicht, maar heeft de tijd niet om de stoom af te laten. Vol stoom ramt hij de stilstaande trein en boort zich tot aan het vierde compartiment in de trein voor Turnhout.

 

De ravage is enorm.  Er breekt paniek uit. Reizigers lopen het open veld in. Men hoort gewonden huilen en om hulp roepen.

Een getuigenis : “Het was een verschrikkelijk geharrewar. Ruiten vlogen kapot, de wanden van de compartimenten schoven ineen. Het scheen me toe dat een helse gloed de vernielde wagon in vuur en vlam zette. Toen zonk ik weg in een waas van nacht en sluimer. Later, toen ik langzaam weer bij zinnen kwam, lekte er bloed op mijn kaak en op mijn hand. Ik kreeg het besef dat ik aan een groot gevaar ontkomen was. Op mij lag een man, die even voordien nog grapjes had gemaakt over zijn pijp. Die pijp stak dwars door zijn keel. Dan ben ik opgestaan en vluchtte als een zinneloze het veld in, zonder tegen iemand een woord te spreken.”

 

Hulpdiensten waren snel ter plaatse. De bataljondokter van de kazerne, dokters uit Kontich, Lint, Edegem, Mechelen en uit de omgeving waren de allereerste helpers. Rond 10 u. kwam er een speciale trein met militaire en ziekenhuisdokters vanuit Antwerpen. Het aantal aanwezige dokters werd op een veertigtal geschat. De gewonden werden per trein overgebracht naar ziekenhuizen in Antwerpen.

Uit de commentaren die destijds in de krant verschenen, blijkt hoe uitzonderlijk het moet  zijn geweest dat hooggeplaatsten ‘Nederlands’ spraken. Dit is duidelijk te lezen in volgende berichtgevingen: “Prinses Elisabeth bezocht de gewonden in de verschillende ziekenhuizen van Antwerpen. Ze zou de gewonden in het Nederlands hebben toegesproken! Ook kardinaal Mercier was de gewonden gaan bezoeken.  Men merkte op hoe goed en zuiver Zijne Eminentie zich van de Vlaamse taal bediende...”

En voor de ramptoeristen is er hier nog een slideshow met 29 prentkaarten die naar aanleiding van de "Ramp van Kontich" werden verspreid. Je ziet er de verschrikkelijke ravage en de "hoge belangstelling" die de gekwetsten te beurt viel.

Toen op woensdag 27 mei een plechtige uitvaartdienst in de Sint-Martinuskerk te Kontich plaats vond, was er volgens getuigen, in het station niets meer te zien van het ongeval.  Overal hingen de vlaggen halfstok.

De Sint-Martinuskerk (dit was vóór de vergroting van 1928) was veel te klein voor de menigte die naar de plechtigheid was gekomen. De burgerlijke en militaire hoogwaardigheidsbekleders hadden plaats genomen op het hoogkoor, dat volledig met zwart bekleed was. Deken Kennis, bijgestaan door de andere priesters van de parochie, celebreerde de uitvaartmis. Kardinaal Mercier predikte.

De uiteindelijke balans: 41 doden en 320 gewonden.

Op 11 november 1910 kwam de ramp van Kontich voor de Antwerpse correctionele rechtbank. Er waren vier beschuldigden. Naast Camiel Van Tuyne, de wisselwachter, hadden de meestergast en twee van zijn helpers in de beklaagdenbank plaats genomen.

Er waren veertig getuigen opgeroepen. Op de vraag van de substituut “wie het ogenblik om de werkzaamheden uit te voeren koos”, antwoordde getuige dat de werklieden dat zelf moesten bepalen in overleg met de wisselwachter. Op de vraag hoe dat overleg dan wel gebeurde, daar de wisselwachter enkel Vlaams begreep en de anderen enkel Franssprekend waren, antwoordde de hoge ambtenaar: "Wel zeker kent Van Tuyne Frans, hij is toch soldaat geweest in Leuven..."

Verder stelde de substituut dat het toch beter zou geweest zijn als men de stationsoverste had verwittigd. Maar de directie van de Staatsspoorwegen voelde zich niet verantwoordelijk. “Voorzorgsmaatregelen nemen om ongelukken te voorkomen is een taak van de lagere, zelfs laagste beambten, niet van hen”.

“Het is verbazend”, publiceerde 'Het Handelsblad', die hoge ambtenaar nu te horen verklaren dat die omzendbrieven hier omtrent, die ze nota bene zelf aan de minister hebben gevraagd, nu ineens niet ter zake zijn”

Volgens onderzoeksrechter Vermeer was de hoofdoorzaak van de ramp, een slechte organisatie en een gebrek aan overeenstemming in het bestuur van de uit te voeren werken.

Het Hof van Beroep van Brussel had zijn vraag om een bijkomend onderzoek afgewezen, nochtans “...blijkt uit het onderzoek ter zitting dat er ernstige fouten werden begaan door andere hoger geplaatste ambtenaars dan de thans beschuldigden”.

Uiteindelijk was het vonnis: “Voor Van Tuyne vijf maanden gevangenis, voorwaardelijk”.  De andere drie werden vrijgesproken. Het hele proces werd in het Frans gevoerd.

Bronnen:
150 jaar spoorwegen in de Kempen 1855-2005
Geschiedenis van Kontich (R. Van Passen)
Gazet van Antwerpen, Het Handelsblad
Archief K.K.V.H. Kontich

En klik hier voor het artikel 'De Ramp van Kontich' van Frank Hellemans (uit Kontich Waarloos Hier en Nu, mei 2008.)

Tekst: Ward Teugels; oude postkaarten: Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich.
Uit het Informatieblad van de gemeente Kontich, mei 2008.

Zoeken in onze website


 
Created: 21/05/2008; updated: 15/03/2016
© 2003-2016 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden