WAARLOOS: intieme dorpskom

In 1977 was de fusie een feit: Waarloos en Kontich werden één gemeente. Dertig jaar later verloren we een der grootste brouwerijen van België: Alken Maes. Zij was de belangrijkste werkgever van de wijde omgeving en had ruim een eeuw lang een blijvende stempel gedrukt op het socio-culturele en zelfs politieke leven van Waarloos. En ook toen verloren de Waarlozenaars hun trots en goed humeur nog niet. Maar op die bijna veertig jaar is Waarloos ook drastisch veranderd. Geëvolueerd, zoals ook Kontich en de rest van Vlaanderen geëvolueerd is.


(Landelijk Waarloos - Joris Olyslaegers - Davidsfondskalender, mei 1985)

Nogal wat “allochtonen” uit Kontich en andere gemeenten ontdekten de charmes van het landelijke dorp en kwamen zich voegen bij de “autochtone” bevolking. En niet alleen in de industrie nam de tewerkstelling af, ook in de landbouwsector. Met de onvermijdelijke gevolgen voor de rurale architectuur.

Een oppervlakkige inspectietocht door de fusiegemeente leverde me al een aantal verrassende vaststellingen op. Ik liet me leiden door de pentekeningen die Joris Olyslaegers, destijds conservator van de Kring voor Heemkunde, in de jaren zeventig en tachtig maakte voor de jaarkalenders van het Davidsfonds.

Zo bleek er van enkele pittoreske kleine bouwsels langs de Keizerenberg niet veel meer over. Een bouwvallig bakhuisje uit 1787 was na een onverwachte ontmoeting met een personenwagen onlangs herleid tot een ruïne. Gelukkig heeft de eigenaar, een jonge boer, veel respect voor ons erfgoed en is hij van plan het te renoveren en een nieuwe bestemming te geven.

Zo heeft ook hoeve Ter Linden, beter bekend als hoeve Dom, aan de Groenenhoek een nieuwe invulling gekregen: ze werd respectvol verbouwd tot een rustieke villa. Een speling van het lot, want vroeger hoorde ze bij een “speelhof”, een omwald kasteel met duiventoren en al. Volgens geschiedschrijver Van Passen heeft Ter Linden wortels die teruggaan tot in de 15e eeuw en woonden er heren en dames van stand.

Erger bleek het gesteld met de Paaleikhoeve achter de Nonnenbos tegen Rumst aan: een uniek exemplaar in onze landelijke architectuur schreef Olyslaegers. Het bakhuisje was afgebroken, de stenen opgekuist en opgestapeld. Het gras rondom kortgemaaid. Maar het gebouw is al minstens een generatie lang onbewoond en staat op instorten.

Beter gesteld is het met de Kriekelaarhoeve, de latere naam voor het 14e-eeuwse Ter Ept. De gebouwen zijn van recente datum, maar liggen nog midden een brede rechthoekige omwatering (schrans). Mensen komen van heinde en verre om hier eerlijke hoeveproducten te kopen.

De merkwaardige paalschuur of hooiberg (een open schuur waarvan het dak met katrollen langs vier palen kon worden omhooggetrokken of neergelaten) is ondertussen al lang verdwenen.

Het meest imposante relict van de landelijke bouwkunst is natuurlijk Vissershagen, beter bekend als de Geysemans- of Wachtershoeve, gebouwd in 1872-1874 door René Jacques della Faille-Geelhand, nazaat van de heren van Waarloos. Het wapenschild prijkt op de linkergevel. Het U-vormige complex heeft pas een zichtbare face-lift gekregen. Hopelijk zijn de boeiendste elementen bewaard gebleven, zoals het gekasseide erf met links de karnmolen: een hond moest in het rad lopen om boter te karnen! Als ook de dorsvloer en de bakoven nog bewaard zijn, komt dit monument in aanmerking om beschermd te worden. Het mag nooit weggemoffeld worden tussen lintbebouwing , villa- of tuinwijk.

Vissershagen, beter bekend als de Geysemans- of Wachtershoeve

Van de indrukwekkende brouwerij Alken-Maes aan de Grote Steenweg is niets overgebleven. Of toch: ze was ontstaan uit de inmiddels verdwenen brouwerij Sint-Michael, waarvan het voormalige brouwershuis nog wel bestaat. Het dateert van het begin van de 19e eeuw, achteraan liggen nog stallingen.

Brouwerij Sint-MichaŽl, ca 1880 - Brouwershuis nu gerenoveerd als "hoeve terbeek"

Een andere voormalig brouwershuis is wel beschermd: het tegenover de kerk gelegen Brouwershuis, alom bekend als het Trappeken Op, dat destijds deel uitmaakte van de brouwerij het Wit Kruis. Hier kwam vroeger ook het dorpsbestuur bijeen, vóór het gemeentehuis in 1903 werd gebouwd. Dat is trouwens ook opgenomen in het beschermde dorpszicht, evenals het unieke kerkhof. De Sint-Michielskerk werd geklasseerd als monument.

Wij zijn het ons misschien niet bewust, maar vele bezoekers worden gecharmeerd door het intieme karakter van deze landelijke dorpskom. Goed nieuws dus dat niet alleen de kerk binnenkort zal gerestaureerd worden, maar dat ook het kerkhof wordt aangepakt. Het zal een plaats van rust worden en van gedachtenis, van respect voor de mensen die Waarloos mee hebben uitgebouwd tot wat het is geworden en wat het nog lang mag blijven.

Klik op de foto voor een vergroting

Met de Open Monumentendag op zondag 11 september 2016 werd de sfeer van Waarloos in de 19e eeuw opgeroepen in het voormalige gemeentehuis.

Aanleiding was de herdenking van de geboorte van de meest merkwaardige inwoner 200 jaar geleden. Het gaat om Egidius Annot, hoeveknecht en winkelier, die een van de boeiendste tekendoeken in de collectie textiel van het Museum voor heem- en oudheidkunde heeft gemaakt. Het doek uit 1853 is (via de naar hem genoemde facebook-groep) ondertussen niet alleen populair geworden in Nederland, Frankrijk en Engeland, maar tot in New York en Nieuw-Zeeland! Of hoe een eenvoudige dorpeling uit ons midden kan uitgroeien tot een wereldburger. Alleen: hij zal het toen wel nooit bevroed hebben dat zoiets ooit zou gebeuren!

En voor de liefhebbers geven we hier nog een slideshow met de (Waarloose) pentekenigen die Joris Olyslaegers indertijd voor de kalenders van het Davidsfonds gemaakt heeft.

Bekijk ook het artikel "Over de rijkdom van een verWAARLOOSd dorp".

Tekst: Frank Hellemans
Fotoís: Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich; pentekeningen: Joris Olyslaegers
Uit het Informatieblad van de gemeente Kontich, juli 2016

Zoeken in onze website




 
Created: 05/11/2016
© 2003-2016 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden