aHET MUSEUM VOOR
aHEEM- EN OUDHEIDKUNDE
aSTELT VOOR ...


DE OUDSTE WANMOLEN VAN DE NEDERLANDEN

Wij hebben in ons museum vaak het kaf van het koren moeten scheiden. De mooiste voorwerpen kwamen in onze toonkasten terecht, het kaf rust in onze reserve, het voorgeborchte van het museum. Dat scheidingsproces is het werk van onze conservator. Hij beslist wat er wordt tentoongesteld.

“Het kaf van het koren scheiden.” Een spreekwoord dat we in ons museum ook letterlijk aantreffen. Heel dominant vinden we immers in het achterste gedeelte van onze tentoonstellingsruimte een wanmolen en die scheidde letterlijk het kaf van het koren.

 

Vlaanderen was in de zeventiende eeuw een agrarische maatschappij. Het grootste gedeelte van de bevolking was al dan niet rechtstreeks bij de landbouw betrokken. Dat betekende in die tijd ook zware handenarbeid.

En zo komen we bij ons kaf en ons koren. Na de graanoogst en het dorsen moesten de graantjes van het kaf (de pelletjes rond het graan) worden ontdaan. Dat gebeurde met een wan, een schaalvormige mand. U hebt deze activiteit zeker al gezien in een reportage van National Geographic, want in vele ontwikkelingslanden gaat men nog op deze primitieve wijze tewerk.

Rond 1800 stapten de grote herenboeren over van de handwan op een mechanische wanmolen. Die molen kwam niet in zwang omdat een of andere multinational plots deze nieuwe vondst in zijn catalogus opnam en eigenlijk ook niet omdat de boerenknechten blaren op hun handen kregen, maar omdat onze noorderburen verre horizonten bezochten.

Zo zagen zij dat die wanmolen reeds in het begin van de zeventiende eeuw in China werd gebruikt. Ze brachten hem mee naar Nederland en van daaruit veroverde dit wonder van spitstechnologie ook ons land en de rest van West-Europa.

 

(foto: www.bakkerijmuseum.nl)

 

Een enorme vooruitgang voor de boerenstiel. Het wannen ging nu veel rapper, maar aangezien arbeidskrachten talrijk en goedkoop waren, was dat niet eens de grootste vooruitgang. Het echte voordeel bestond erin dat men nu ook bij afwezigheid van wind kon wannen.

In Vlaanderen zijn er nog heel wat wanmolens bewaard gebleven. Van De Panne tot Maaseik, je vindt ze overal wel. En in Bokrijk weten ze er geen blijf mee. Toch is het exemplaar dat we in ons museum staan hebben heel speciaal.

Zoals we al schreven, de eerste wanmolens verschenen rond 1700 in onze kontreien. In 1693 werd al een molen in de Noorderkempen gesignaleerd. En in Kontich staat er al in 1699 een wanmolen in een boedelbeschrijving. Uiteraard zijn die molens al lang verdwenen.

In 1959 arriveerde echter een gaaf exemplaar uit Geel.

En wat blijkt, plots bezit de heemkundige kring de oudste wanmolen van de Nederlanden. En we hebben er ook nog een probleem bij. Hij mag dan wel de oudste zijn, we weten niet hoe oud hij precies is.

We zien onmiddellijk een brandende vraag op de lippen van onze aandachtige lezer. “Ja maar, hoe weten jullie dan dat het de oudste is?” Wel, de uitleg is eigenlijk heel eenvoudig. Op onze wanmolen staan namelijk een heleboel inscripties.

Een alfabet, de naam "Marten de Brouwer" (de bezitter), een aantal cijfers, twee rozetten, de afbeelding van een ploeg en enkele jaatallen. Het zijn uiteraard die jaartallen die ons de sleutel van het mysterie leveren. Van het ene jaartal zijn we vrij zeker, namelijk 1749. En daarmee is de molen al meteen de oudst gekende. We kennen geen enkele ander molen die ouder is. Maar onze molen is misschien nog wel 44 jaar ouder. Wat is er namelijk aan de hand?


Op de zijkant staat het jaartal ANNO 17#5#. En hier begint de interpretatie. Gaat het om 1705? Of gaat het om 1750?


De voorstanders van 1750 zeggen dat de graveur Marten de Brouwer zich heeft vergist. Hij schreef 1705, merkte al snel zijn vergissing en zette er algauw een 0 achter. De middelste 0 werd van een kruisje voorzien en dient dan als versierend scheidingsteken. Een tweede argument voor 1750 vinden de nieuwlichters in het feit dat onze wanmolen uit twee delen bestaat. Voor hen is dat het bewijs dat de Kontichse wanmolen van latere datum is, omdat ze in die constructie een fase in de ontwikkelingsgeschiedenis van de wanmolen zien. Ook al lijkt dit aannemelijk, toch vinden we hier nergens bevestiging van.

De voorstanders van 1705 willen inderdaad bevestiging van de laatste theorie en vragen zich af waarom Marten de Brouwer naast het jaartal 1749 ook nog eens de behoefte zou gehad hebben om het volgende jaar 1750 in het hout te kerven.

Een derde groep bestaat uit mensen die vinden dat in ANNO 17#5# het cijfer 5 een versiering is. Maar deze groep kent hooguit drie aanhangers en zelfs bij deze groep zit er veel kaf bij het koren.

Wij willen ons niet onmiddellijk in deze leuke discussie mengen. Het is voor ons echt geen (d)wan(g)molen(idee), want – 1705 of 1750 – uiteindelijk blijft onze molen de oudste van de 17 provinciën en daar kunnen we met zijn allen trots op zijn.

Als u zin zou hebben om onze molen ANNO 17#5# eens een bezoekje te brengen, hij staat nog altijd even oud te wezen in ons museum. U kan er zelf eens de inscripties op nalezen en misschien komt u zelf wel met een nieuwe theorie aandraven. Of misschien is er wel een genealoog onder ons die de antecedenten van Marten de Brouwer wil opzoeken, waardoor het raadsel alsnog wordt opgelost.

Tekst: Paul Catteeuw. Foto's: Kring voor Heemkunde (tenzij anders vermeld).
Uit het Informatieblad van de gemeente Kontich, juli 2001.

   

HOME

Updated: 08/02/2015
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden