Kontich-Waarloos vroeger & nu


Altena: kasteel en hoeve

Wie Altena zegt, denkt tegenwoordig in de eerste plaats aan de school in het oude parkdomein.  Wie al langer in Kontich woont, waarschijnlijk ook aan het klooster en de speeltuin.

Oorspronkelijk – zeg maar in de middeleeuwen – was op die plek een grote hoeve gelegen, het Nackersgoed. In de dertiende en veertiende eeuw was ze in het bezit van de heren van Pluysegem en Diest en in de vijftiende van de familie Pot (zie het artikel over Pluysegem).

In de zestiende eeuw werd er ook een kasteeltje gebouwd, een “hof van plaisantie” of “speelhuis”. Eeuwen lang woonden daar in de zomer aanzienlijke burgers van Antwerpen. Ik noem er één: Simon Charles Joseph Hyacinte de Neuf de Burght. Deze vrijgezel woonde er van 1842 tot hij stierf in 1858. Hij was o.m. lid van de provincieraad, zelfs een tijd burgemeester van Kontich en werd erg gewaardeerd als weldoener van onze fanfare Sint-Cecilia.

Zijn hobby was tuinieren en bij de toen nog visrijke waters beschikte hij over een stenen eendenhok. Mogelijk was er toen ook een eendenkooi opgetrokken in de grote vijver: dat was een soort fuik waar wilde eenden werden naartoe gelokt en gevangen. Zo konden ze in het eendenhok worden vetgemest met een bedoeling die je wel kan raden!

Vanaf 1874 vestigden de zusters Dienstmaagden der Heilige Harten zich in de gebouwen. De wezen van het Antwerpse instituut van Mère Jeanne (Mina Telghuis) werden naar hier overgebracht en voor hen werd een ruim lokaal bijgebouwd. De eendenkooi is er nog lang blijven staan. Het weeshuis werd geleidelijk aan omgevormd tot kleuter- en lagere school. De oude hoevegebouwen moesten wijken voor de uitbreiding van het schoolcomplex en de nieuwe wijk. Alleen de kinderboerderij doet nog denken aan de functie van weleer.

Waar precies het eendenhok van de oude postkaart heeft gestaan, is nu moeilijk te achterhalen. Op de recente foto zie je de achterkant van het Altena Instituut. Uiterst rechts de overdekte speelplaats. De boomgaard hoort bij de kinderboerderij: op die plaats werd de vijver gedempt die aansloot bij de grachten. De boerderij stond ergens links. De vijver is zichtbaar vanuit de Mina Telghuislaan.

Nog een uitsmijter. De meest aannemelijke verklaring voor de (vaak voorkomende) naam Altena is “al te nabij”. Het goed lag inderdaad heel dicht bij dat van Pluysegem. Het is echter ook mogelijk dat de adellijke familie Van Diest het Nackersgoed die naam gegeven heeft, omdat een tak van het geslacht ook de titel Van Altena droeg. In ieder geval is de uitspraak “al te naa” (zie Sprokkel "Altena"). Nieuwe Kontichnaars durven het al eens op een andere manier uitspreken. En zelfs de “autochtonen” raken soms vertwijfeld. Zo hoorde ik onlangs op de cultuurraad iemand spreken over “het alteenakoor dat optrad in de altenaakapel”… 

Tekst en recente foto: Frank Hellemans & met dank aan de familie Hellemans-Herreman voor de oude postkaart.
Uit: KONTICH WAARLOOS Hier en Nu, maart 2009.

HOME

Created: 03/05/2009
© 2003 - MuseumKontich - Alle rechten voorbehouden